Overlijden Aad van der Steen
7 Juli

Overlijden Aad van der Steen

Op 3 juli is Aad van der Steen, mijn lieve vader, overleden. Hij was in verschillende rollen actief op Spirit, kwam óók graag op Asvion, en was in zekere zin een voorloper van de prachtige Schiedamse fusieclub HCS die we nu vormen. 

Mijn vader was wat je noemt een actief lid. Hij diende Spirit in allerlei rollen, wat maakte dat ik mijn jeugd sinds ik kon lopen scharrelend op Spirit, in het clubhuis, op het terras, op de grasvelden, en in de bosjes en het slootje rondom het terrein doorbracht. Mijn vader was in de jaren tachtig voorzitter, was scheidsrechterssecretaris, floot oneindig veel wedstrijden, en was trainer en coach van alle jeugdteams van mijn zus en, van vele van die van mij. Maar hij was zeker ook een geweldige speler. Met Spirit Heren 1 haalde hij ooit zelfs de finale van de Nederlandse beker. In een tijd dat de strafcorner met de hand gestopt werd, ‘gewoon’ hoog werd ingeslagen, en keepers met halfbakken bescherming al die kanonskogels probeerden af te weren. Mijn vader beheerste de hoge backhand als een volwaardige slag, lang voordat die geslagen backhand als ‘de tomahawk’ op de velden zou terugkeren. Hij wipte ballen uit stand metershoog de lucht in en pingelde op de vierkante centimeter, half rechtop, door verdedigingen heen. Toen ik dat als klein jongetje later zelf ook deed, werd door de leeftijdsgenoten van mijn vader langs de lijn met tevreden en liefdevolle blik gezegd dat ik aan hem deed denken. 

Ik maakte met hem de overgang van gras naar kunstgras mee. Ik herinner mij de kinderlijk gelukkige blik in zijn ogen van de nieuwe ervaring van hockey op dat nieuwe, snelle kunstgras, waar dingen op lukten die op gras niet gingen. Samen kochten we onze eerste kunstgrasschoenen bij Jawa, de winkel waar ik jarenlang met trots en een zekere bezorgdheid zag hoe mijn vader met veel méér – en duurdere – spullen naar buiten liep dan we strikt genomen en volgens mijn moeder nodig hadden. Hij reed mijn zus en mij naar eindeloze aantallen uitwedstrijden, tapete onze sticks, oefende met ons op het veldje in de buurt, en analyseerde tot vervelens toe de wedstijden van ons en onze teamgenoten. 

Mijn vader was nooit lid van HCS, maar eigenlijk was dat altijd al zijn club. Hij was een Schiedamse hockeyer. Hij groeide op aan de Tuinlaan in Schiedam, waar hij op het grasveld van de Warande hockeyde met vriendjes van Asvion en Spirit. Als jongetje in een katholiek gezin werd het Spirit, waar hij jarenlang zelf speelde en een echte Spirit-man werd. Hij speelde jaren in het eerste en zakte daarna zoals dat gaat, langzaam richting de veteranen af. Waar het tempo lager ligt, maar de intensiteit en beleving hoger. Hij coachte de jeugdteams van mij en mijn zus, was assistent bij het eerste, en was doordeweeks druk met allerlei bestuurlijke zaken. Hij floot elk weekend één of meer wedstrijden. Als Susan en ik speelden kwam hij altijd kijken, wat we in die jaren wisselend waardeerden. Hij bemoeide zich met de leiding, soms/vaak te luidruchtig. Maar het was stiekem ook leuk om na afloop door te praten over de wedstrijd en ongevraagde tips en adviezen te krijgen. 

In het jaar waarin Susan in dames 1 debuteerde en prompt kampioen werd volgden mijn moeder en hij alle wedstrijden en lag er thuis een door hem gemaakt en met scores ingevuld wedstrijdschema naast zijn stoel. Toen ik mijn debuut maakte in Spirit heren 1 was hij trots. Mijn ouders genoten van het nalopen van onze wedstrijden. Bij weer en wind stonden ze langs de lijn, als harde kern avant la lettre. Het had als bij-effect dat hoewel bij ons in huis mijn vader als de kenner gold, mijn moeder daar met al die jaren ervaring inmiddels ook voor door kon. Weinig mensen zullen meer wedstrijden hebben gezien dan zij. 

Toen ik overstapte naar heren 1 van Asvion was mijn vader, in tegenstelling tot een deel van zijn generatiegenoten op Spirit, blij, bemoedigend en behulpzaam. Hij en mijn moeder kwamen onverminderd kijken en werden ook bij Asvion vaste klanten langs de lijn. Mijn vader was altijd al voorstander van de fusie geweest en hoewel zijn roots op Spirit lagen aardde hij en mijn moeder net zo makkelijk op Asvion, waar ze liefdevol werden opgenomen in de lokale familie. Zo verkeerden mijn ouders vijf jaar op de Abstweide, waar ze nieuwe vrienden maakten, en ook de ‘andere club in Schiedam’ goed leerden kennen. 

Nadat ik terug was op Spirit vonden mijn ouders daar opnieuw hun thuis. Langs de lijn, uit en thuis, door dik en dun. Zo werden ze net als in mijn jeugd ook bekenden van mijn vrienden op het hockeyveld. En ondertussen moedigden ze op de zaterdagen hun kleinzoons Christian, Olaf en Stein aan, zodat ze weer met regelmaat op Harga te vinden waren. 

Weer later keerde mijn vader op HCS terug, om kleindochter Fleur aan te moedigen. Op het prachtige complex, op kleine afstand van het oude Spirit, waar mijn vader en moeder zoveel jaren hebben doorgebracht. Op de nieuwe prachtige fusieclub HCS waar hij zich lang voordat dat ‘mocht’ al hard voor maakte. 

In maart, kort nadat we hadden gehoord dat hij nog enkele weken te leven had, stonden we daar samen in dat prachtige clubhuis. Aan de voortreffelijk georganiseerde bar, tussen de in en uitvliegende hockeyjongens- en meisjes en hun ouders. Een hockeyclub op zijn best. Hij at een broodje kroket, ik een tosti. We stonden binnen, omdat de gure voorjaarswind waarin Fleur buiten haar wedstrijd afwerkte te koud was voor zijn inmiddels vermagerende lijf. We wisten niet dat dit de laatste keer zou zijn, maar vermoeden deden we dat natuurlijk wel. Ik proefde trots en tevredenheid bij hem. De club van zijn leven. Een groot, rijk en mooi deel van zijn leven. En die dag, voor het laatst in zijn leven. 

We zijn dankbaar voor zijn leven en voor de troostrijke en dierbare weken die we aan het einde nog samen hebben doorgemaakt. We nemen in liefde afscheid van hem. 

Aad van der Steen 23 juli 1944 – 3 juli 2024

Namens, de familie,

Martijn van der Steen

 

 

Nieuws afbeelding